De Bouwproductenverordening (BPV/CPR)

FAQs en bijkomende informatie

Vanaf 1 juli 2017 zijn kabelfabrikanten verplicht om voedingskabels en elektrische leidingen evenals sturings- en communicatiekabels in overeenstemming met de nieuwe geharmoniseerde norm EN 50575 te testen op de prestatievereisten inzake brandgedrag en om ze te classificeren en op de markt te brengen met een "prestatieverklaring".

Hieronder beantwoorden we de vragen die aan ons het meest gesteld worden in deze context.

Wat betekent het begrip "BPV" (of in het Engels: "CPR")?

Het begrip "BPV" betekent "Bouwproductenverordening" (Verordening EU nr. 305/2011).

Het begrip "CPR" betekent "Construction Products Regulation".

Wat is een bouwproduct?

Een bouwproduct is elk product dat op de markt gebracht wordt voor permanente installatie in bouwwerken of onderdelen daarvan, en waarvan de prestaties de volgende basisvereisten voor bouwwerken beïnvloeden:

• Mechanische sterkte en stabiliteit
• Brandbeveiliging (brandveiligheid)
• Hygiëne, gezondheid en milieubescherming
• Veiligheid en toegankelijkheid in gebruik
• Geluidsisolatie
• Energie-economie en warmtebehoud
• Duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen

De prestaties van kabelproducten hebben een invloed op de basisvereiste van "brandbeveiliging" in bouwwerken.

Wanneer wordt de BPV voor kabels van kracht?

De Bouwproductenverordening treedt in werking op 1 juli 2017. Na deze datum is het voor de fabrikanten niet meer toegelaten om kabels die voorzien zijn voor "vaste installatie" in bouwwerken op de Europese markt te brengen zonder een CE-markering en een "prestatieverklaring" (in het Engels: Declaration of Performance, DoP in het kort).

Veiligheidskabels met isolatiebehoud of met functiebehoud zijn momenteel nog vrijgesteld, aangezien de vereiste normen nog niet beschikbaar zijn.

Voor welke soorten kabel is de BPV van toepassing?

De Bouwproductenverordening is van toepassing op alle kabels en leidingen voor voeding, sturing of communicatie die permanent in bouwwerken zijn opgenomen (vaste installatie). Een "vaste installatie" omvat alle bekende blootgestelde installaties, evenals opbouw- en inbouwinstallaties.

Welke kabels worden niet gedekt door de BPV?

Kabels die niet voor permanent gebruik in gebouwen zijn bedoeld, zijn in het algemeen vrijgesteld van de vereisten van de BPV (CPR), zoals bijvoorbeeld:

• Patchkabels (patchsnoeren)
• Kabelsystemen die onder de richtlijn betreffende machines vallen (bijv. liftkabels)
• Kabels die niet bedoeld zijn voor gebruik bij bouwwerken (bijv. buitenkabels)
• Flexibele kabels naar apparaten, lichten of machines
• Kabels die naar consumenten worden geleid via connectoren
• Veiligheidskabels met isolatiebehoud of met functiebehoud (System Circuit Integrity)

"Veiligheidskabels" zijn momenteel vrijgesteld van de eisen van de BPV (CPR).
Volgens de norm EN 50575 worden kabels die bestemd zijn voor de levering van elektriciteit, voor communicatie en voor branddetectie en brandalarm in gebouwen en andere civieltechnische bouwwerken, "waar het essentieel is dat de continuïteit van de voedingsspanning en/of de signaallevering van veiligheidsinstallaties zoals alarminstallaties, geleidingssystemen en brandbestrijdingsinstallaties wordt gewaarborgd" niet gedekt door deze norm.

Er wordt gewerkt aan de passende normen voor veiligheidskabels met isolatiebehoud of met functiebehoud.

Hoe worden BPV-testen uitgevoerd?

De EU-Commissie heeft voor deze bijkomende taak Europese testlaboratoria goedgekeurd als aangemelde instanties (in het Engels: "notified bodies") om de prestaties van kabels inzake brandgedrag te testen en te evalueren.

De productkenmerken van een "bouwproducten"-kabel moeten worden vastgesteld en bevestigd door een aangemelde instantie. Op overeenkomstige wijze moet de productiefaciliteit van de fabrikant onderworpen zijn aan een controle van de lopende productie door de aangemelde instantie.

Volgend op de productbeoordeling en de productiebewaking geeft de aangemelde instantie de fabrikant toestemming om zijn producten met het CE-merk te leveren en om een prestatieverklaring (DoP) uit te geven.

Welke klassen voor brandgedrag zijn gespecificeerd in de normen onder de BPV?

In overeenstemming met EN 50575 worden de klassen voor brandgedrag die tot nu toe bekend zijn voor bouwproducten vervangen door zeven nieuwe klassen voor kabelproducten. De volgende criteria worden geëvalueerd wanneer testen uitgevoerd worden conform EN 50575:

• Verbrandingswarmte
• Thermische afgifte
• Verticale brandvoortplanting (vlamuitbreiding)
• Rookontwikkeling
• Brandende druppels/deeltjes van materialen in kunststof die kunnen bijdragen tot brandverspreiding
• Zuurgraad

De resultaten van deze test moeten worden toegewezen aan de volgende kabelklassen:  

 Hoofdklasse   Beschrijving
 Aca Niet brandbaar, geen brandbijdrage; producten zoals mineraal-geïsoleerde kabels
 en leidingen
 B1ca Lage ontvlambaarheid, zeer beperkte bijdrage aan brand
 B2ca, Cca
 Zeer beperkte of beperkte bijdrage aan brand; kabels/leidingen zonder continue
 brandvoortplanting; beperkte brandontwikkeling en thermische afgifte
 Dca Aanvaardbare bijdrage aan brand; producten met continue brandvoortplanting;
 gematigde brandontwikkeling en thermische afgiftesnelheid
 Eca Normaal ontvlambaar; kabels en leidingen met een aanvaardbaar brandgedrag die
 brandvertragende eigenschappen hebben bij blootstelling aan een kleine waakvlam
 Fca Licht ontvlambaar; deze kabel kan ontbranden bij blootstelling aan een kleine vlam

Welke aanvullende eisen en klassen zijn er?

Bijkomende classificaties moeten worden bepaald voor de klassen B1ca tot Dca.

De brandkritische parameters zijn geïdentificeerd geworden als rookontwikkeling, brandende druppels van kabelmateriaal en de zuurgraad van de verbrandingsgassen:

 Bijkomende klassen voor rookontwikkeling bij kabels:  
 s1   geringe rookontwikkeling
  s1a≥80% helder zichtveld
  s1b≥80% helder zichtveld
 s2gematigde rookontwikkeling
 s3sterke rookontwikkeling

 

 Bijkomende klassen voor brandende druppels/deeltjes bij kabels: 
 d0   geen brandende druppels
 d1kortstondige brandende druppels
 d2aanhoudende brandende druppels

 

 Bijkomende klassen voor zuurgraad bij kabels: 
 a1   gering corrosieve rookgassen
 a2gematigd corrosieve rookgassen
 a3sterk corrosieve rookgassen

Wat is de aanbevolen toepassing van elk van de nieuwe "Euroklassen"?

De Bouwproductenverordening (BPV) regelt het plaatsen van bouwproducten op de markt – maar niet hun gebruik in bouwwerken. De selectie en het gebruik van bouwproducten zijn de verantwoordelijkheid van de Europese lidstaten. De eisen die voorschrijven welke brandbeveiligingsklasse gespecificeerd is voor welke locatie, verschilt dan ook van land tot land.

De installateurs en gespecialiseerde ontwerpers moeten de toepasbare lokale voorschriften controleren en er zich aan aanpassen.

In veel landen zijn er vanaf 1 juli 2017 nog geen verplichte vereisten die het gebruik van klassen voor brandgedrag in gebouwen regelen. Waar er geen minimaal verplichte wettelijke vereisten zijn, zijn er in het algemeen aanbevelingen van de beroepsverenigingen voor de BPV (CPR) van toepassing in de betrokken landen.

Welke Datwyler producten hebben welke BPV classificaties?

U vindt actuele informatie over de classificatie van onze kabelproducten op onze website.

In de online gegevensbladen vindt u pictogrammen welke een eenvoudige identificatie van de Euroklassen toelaten waaronder een product valt ("hoofdklassen"). De reactie inzake brandgedrag overeenkomstig EN 13501-6 (Euroklassen) – inclusief de aanvullende classificaties – wordt getoond in het gegevensblad onder de hoofding "Normen / Standaards".

Voor de data kabels in koper is er ook een selectiefilter voor "Brandgedrag (Euroklassen)". Dit betekent dat het gemakkelijk is om producten te vinden met de betreffende Euroklasse.

Waar kan ik de gegevensbladen en de prestatieverklaringen krijgen?

U vindt de actuele gegevensbladen op de website van Datwyler.

Prestatieverklaringen (DoPs) zullen samen met de leveringsdocumenten voorzien worden vanaf 1 juli 2017 ten laatste. Indien een exemplaar van de prestatieverklaring nodig is, kan het aangevraagd worden via het contactadres van Datwyler van het betreffende land.

Vanaf 1 juli 2017 zullen de prestatieverklaringen ook beschikbaar zijn om te downloaden op de Datwyler website.

Wordt de opdruk op de kabel gewijzigd?

Neen, de opdruk op de kabels maakt geen deel uit van de BPV (CPR).

Kabelbenamingen worden gespecificeerd volgens de desbetreffende ontwerpstandaarden van het land van fabricage.

Kunnen kabels, zonder een "BPV classificatie" en die gekocht zijn vóór 1 juli 2017, nog steeds geïnstalleerd worden?

Deze kabels kunnen nog steeds geïnstalleerd en gebruikt worden, mits er geen nationale voorschriften zijn met betrekking tot het gebruik van geclassificeerde kabels onder de Bouwproductenverordening.

Als er reeds nationale voorschriften gelden met betrekking tot de toepassing, dan moet het gebruik van kabels zonder "CPR classificatie" worden uitgeklaard met de verantwoordelijke autoriteiten.

Kunnen kabels zonder een "BPV classificatie" en die vóór 1 juli 2017 op de markt zijn gebracht, worden verkocht of verhandeld?

Kabels die onder de BPV (CPR) vallen, maar vóór 1 juli 2017 op de Europese markt zijn geplaatst en die een CE-markering hebben in overeenstemming met de laagspanningsrichtlijn (LSR), mogen verder verkocht worden voor een onbepaalde tijd.

Welke plichten heeft een vakbedrijf volgens de BPV?

Het verwerkende vakbedrijf heeft geen bewijsplicht. Hij hoeft de etiketten of prestatieverklaringen (DoP‘s) niet te bewaren, zolang er geen speciale afspraken gemaakt werden met zijn opdrachtgever (klant).

Een kopie van de prestatieverklaring kan volgens afspraak bij het bouwdossier gevoegd worden. De kabels zijn door de fabrikanten voorzien van serienummers of afkortingen. Daardoor kan een geïnstalleerde kabel meer dan tien jaar ingedeeld worden bij een prestatieverklaring.

Het verwerkende vakbedrijf is volgens de BPV geen "ondernemer". Alleen als het vakbedrijf de kabels doorverkoopt als goederen, dat wil zeggen zonder dienstverlening, wordt hij een handelaar. Dan moet hij de goederen overeenkomstig gekenmerkt verkopen.